Faghjørnet
 

 

| home | scheikundehoek | de geschiedenis van organische chemie |

Chemische industrie

Met behulp van de kennis van organische chemie werden de eerste synthetische verfstoffen in laboratoria ontwikkeld en later in massaproductie genomen. Organische chemie werd de basis voor belangrijke industriële processen. De eerste kunstmatige verfstoffen werden in 1856 geproduceerd door de Engelsman William Henry Perkin (1839-1907). De verf was een zogenaamd teerproduct, gemaakt van houtskoolteer. Zij was indigo, en kon katoen direct verven. De verf, bekend geworden onder de naam Mauvein, werd wijd verspreid. Al een jaar later vestigde Perkin een fabriek voor de productie van verfstoffen in Engeland.

Maar het was Duitsland dat het toonaangevende industriële land werd in de productie van verf en andere chemische stoffen. Dit was het gevolg van een nauwe samenwerking tussen wetenschappers en zakenmensen die zich bezig hielden met de praktische kant van onderzoek in de organische chemie. Voor de Eerste Wereldoorlog was Duitsland verantwoordelijk voor de productie van ongeveer 75% van de gehele verfconsumptie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Engeland gedwongen verf te maken voor huishoudelijk gebruik, waardoor de Engelsen hun eigen op organisch scheikundig onderzoek gebaseerde industrie ontwikkelden. Nogal wat belangrijke organische stoffen werden ontwikkeld en onderzocht in de eigen laboratoria van de industrie. Dit proces heeft zich voortgezet, en vandaag de dag vindt wereldwijd belangrijk onderzoeks- en ontwikkelingswerk binnen de organische scheikunde plaats in universiteiten, hogescholen en industrie.